Veronica O'Brien (1905-1998)

Geboren in Midleton (graafschap Cork in Ierland) op 16 augustus 1905. In de vrede en vreugde van de Heer binnengegaan op 19 februari 1998 te Wemmel (Aartsbisdom Mechelen-Brussel, België).

 

Omdat het in Nevers was dat Veronica O’Brien haar apostolaat met het Legioen van Maria begon, is zij begraven op het kerkhof Jean Gautherin, in Nevers (Frankrijk).

 

Roeping tot het religieuze leven (1924–1935)

Louise Mary was het elfde kind van het gezin O’Brien. Na haar, volgden nog twee kinderen. Haar vader was arts chirurg in Midleton; haar moeder was een “stijlvolle, diepgelovige” vrouw die het gebed in het gezin sterk bevorderde (Angelus, rozenkrans, enz.). Vroomheid, hartelijkheid en vreugde kenmerkten het gezin.

 

Na haar lagere school in Midleton werd Veronica naar Engeland gestuurd om haar opleiding verder te zetten bij de Zusters van Sint Clotilde in Eltham Park, nabij Londen. Tijdens een preek vertelde de schoolaalmoezenier het leven van pater Doyle S.J. Veronica was diep onder de indruk en zei later: “Ik voelde dat ik ‘ja’ moest zeggen aan God. Het was alsof een duel eindigde en ik, overwonnen, moest buigen voor de grenzeloze liefde van God.” (Gods Onvoorziene Wegen, Lannoo, 1993, p. 22)

 

In antwoord op de roep van de Heer trad zij in bij de Zusters van Sint Clotilde, waar zij destijds op internaat verbleef. Gaandeweg ontdekte ze dat dit leven niet overeenstemde met haar persoonlijke roeping en eerder geroepen was tot een meer direct apostolaat en evangelisatie.

 

Op advies van haar oversten en geestelijke raadgevers, verliet zij de congregatie na veertien jaar kloosterleven. Ze zocht haar weg, maar behield haar religieuze naam ‘Veronica’, als teken van haar verlangen van verbondenheid met de lijdende Christus.

 

Haar apostolaat in het Legioen van Maria (1936–1959)

Op haar zoektocht ontdekte zij het Legioen van Maria, dat onder impuls van haar stichter en landgenoot Frank Duff, een opmerkelijke groei kende.

 

Een priester had Veronica een handboek van het Legioen van Maria gegeven. Eén van de eerste zinnen trof haar: “Het Legioen van Maria is een beweging, die trouw aan haar statuten, onvermoeibare inzet en dankzij Maria erin slaagt om leven, tederheid en hoop te brengen aan de volkeren.” “Deze woorden,” zei Veronica later, “hebben mij zo diep getroffen en mijn leven bepaald.”

 

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, na slechts één bijeenkomst te hebben bijgewoond van een praesidium (de basiseenheid van de Legioen van Maria), aan verliet zij Ierland en vertrok met de laatste beschikbare boot naar Frankrijk, om er het Legioen van Maria te beginnen.

 

Na heel wat omwegen kwam Veronica in Nevers terecht, aan het begin van de Duitse bezetting. Met gevaar voor eigen leven (haar Brits paspoort maakte haar verdacht als spion) en dat van de zusters van het klooster Saint Gildard die haar onderdak boden, stichtte zij in augustus 1940 het eerste praesidium van het Legioen van Maria in Nevers.

 

Over deze beginperiode schreef Mgr. Flynn, bisschop van Nevers: “Met niets anders dan haar vurig geloof, haar liefde voor Onze-Lieve-Vrouw, haar rozenkrans en haar Handboek, ging zij onmiddellijk aan de slag, ondanks ongelooflijke moeilijkheden. Deus incrementum dedit (God gaf de wasdom).” (Gods Onvoorziene Wegen, Lanneau, 1993, p. 61)

 

Na de oorlog reisde zij door heel Frankrijk en richtte meer dan 800 praesidia (basigroepen) op, verspreid over een dertigtal bisdommen. Twintig jaar lang was zij afgevaardigde van het Legioen van Maria en stichtte deze beweging ook in België, Griekenland, Turkije en voormalig Joegoslavië.

 

 

Geestelijke begeleiding van Koning Boudewijn (1960–1993)

In zijn mémoires, Terugblik en Verwachting en Gods Onvoorziene Wegen, over het leven van Veronica, verwees de kardinaal Suenens uit discretie nooit naar koning Boudewijn die toen nog leefde. Het onverwachte overlijden van de koning voelde de Kardinaal zich verplicht om er over te spreken.

 

Hier volgen twee korte fragmenten uit een brief van Veronica aan koning Boudewijn, opgenomen in het boek van kardinaal Suenens Koning Boudewijn, het getuigenis van een leven, (FIAT-Vereniging, 1995, pp. 26):

“Het zou wel eens kunnen dat dit een beslissend jaar wordt voor u.

 

Daarom wil de heilige Geest u duidelijker laten inzien wat uw ‘job’ hier op aarde is, en daarom wil Hij u het ‘geheim van Maria’ beter leren kennen, in de diepte.”

 

“Ik ben ervan overtuigd dat wanneer u deze bijzondere pagina’s zult hebben overwogen en daarover gebeden, u Maria “Ik ben ervan overtuigd dat wanneer u deze bijzondere pagina’s zult hebben overwogen en daarover gebeden, u Maria als uw Koningin zult kiezen en dat u haar ‒ meer nog dan voorheen ‒ zult aanvaarden als uw Moeder. Laat u daarna leiden en inspireren door haar tedere zorg, die het hele leven omvat.”

 

Het engagement van Veronica tot rechtstreekse evangelisatie in religieuze congregaties (1960–1972)

Voor de toekomst van het christendom stelde Veronica een cruciale vraag nl.de vorming tot evangelisatie door priesters, religieuzen en kloosterlingen. Haar hele leven was één groot en soms pijnlijk appel om seminaries, noviciaten en actieve religieuze gemeenschappen te hervormen. Zo konden hun leden vorming krijgen tot direct religieus apostolaat, door persoonlijk contact en nabijheid. 


Vanuit deze bekommernis lanceerde Veronica in België, Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten, pastorale initiatieven sterk geïnspireerd door de spiritualiteit van het Legioen van Maria.


Veronica had het talent om apostolisch bewustzijn op te wekken en eenvoudige initiatieven te stimuleren, toegankelijk voor iedereen. Met humor en concreet onderricht leerde zij mensen om God te beminnen met heel hun zijn. Ze zei vaak: “Laat uw grijze cellen werken”, terwijl ze de vele kansen toonde om “altijd en overal getuige van de Heer te zijn”.


Onder impuls van Veronica stemden bijna vijftig gemeenschappen — uit een twintigtal actieve congregaties — ermee in om eenzelfde apostolische ervaring te ondernemen. In een brief die zij op 20 juni 1964 schreef aan mgr. Montini, de latere paus Paulus VI, lezen we: “U had toen, heilige Vader, de grote goedheid om mij te zeggen dat u persoonlijk geïnteresseerd was in deze kwestie en dat u graag op de hoogte bleef van de ontwikkeling ervan. (…) Vol hoop durf ik u, heilige Vader, eerbiedig laten weten dat ik me nu in Salvator Mundi bevind, het grote Amerikaanse ziekenhuis aan de Viale delle Mura Gianicolensi, waar de zusters ook sterk meewerken aan deze visie van apostolische vorming en beleving”. (…) Nederig en eerbiedig vraag ik uw zegen.”


Veronica, steeds bezorgd om in “kerkelijke communio” te leven, ging meermaals naar Rome om er overheden te informeren over de betekenis en de noodzaak van deze initiatieven. Bovendien wees zij op de dringende noodzaak voor de hiërarchie om ze niet enkel te tolereren, maar ze actief te ondersteunen. Rome stelde haar gerust dat het noviciaatsjaar niet onverenigbaar is met externe activiteiten; een vorming tot evangelisatie, tot de zending inherent aan het doopsel, mocht in de actieve kloosterorden niet opzij worden gezet.


Om verwarring te vermijden verving Veronica in alle vrijheid de uitdrukking “legionair” door “apostolische teams”. Deze behielden dezelfde fundamentele principes maar zonder enig formeel verband met het Legioen van Maria.

Haar openheid voor de genade van de Charismatische Vernieuwing (1972–1990)

Haar inzet in de Charismatische Vernieuwing

Bij het begin van de Charismatische Vernieuwing werd Veronica door kardinaal Suenens naar de Verenigde Staten gestuurd om die Vernieuwing daar ter plaatse te bekijken. Dit was haar reactie: “ ‘Ja’ zeggen aan de genade van Pinksteren en ‘neen’ aan het pentecotisme. Deze bijzondere parel moet uit haar omhulsel gehaald, met een levendig en stoutmoedig geloof in de heilige Geest steeds werkzaam in zijn Kerk, met wonderen en charisma, en onze bereidheid verrassingen te aanvaarden.”

 

Zij begreep van meet af aan dat de Vernieuwing geen “beweging” was — een te vaak gebruikt etiket — maar een krachtige, actuele genade: een adem, een beweging van de heilige Geest, een pinkstergenade waarop alle gedoopten en alle bewegingen — welke ook — zich mochten afstemmen. Dat was haar grote hoop.

 

Maar deze genade was te ontvangen in totale harmonie met de leer van de katholieke Kerk. Daar moesten nog enkele dubbelzinnigheden worden weggewerkt. Door de situatie van “schapen zonder herder”, met improviserende leiders, was een hartelijke maar directe ontmoeting dringend nodig tussen de katholieke leiders van de Charismatische Vernieuwing en het hart van de Kerk: Rome.

 

Kardinaal Seunens vervolgde: … Toen de leiders van de Vernieuwing dachten aan een nieuw internationaal congres, leek Puerto Rico geografisch gezien de ideale plaats. Veronica wist hen echter te overtuigen de bijeenkomst aan de poorten van Rome te laten plaatsvinden.

 

Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten werd Veronica uitgenodigd om te spreken op een oecumenische bijeenkomst van predikanten. Daar was het eerder ongebruikelijk gezien de aanbevelingen van sint Paulus over vrouwen er nog sterk leefden.

 

Veronica uitte haar hoop voor de oecumenische toekomst van de Vernieuwing. Aan het einde viel ze op haar knieën, vroeg de aanwezigen om over haar te bidden, en besloot met een spontaan gebed en een gedurfde uitnodiging die alle deelnemers ontroerde:

 

“Wees niet bang om in Rome te gaan bidden bij de graven van Petrus en Paulus. Alle wegen van de oecumene komen daar samen.”

Daarna voegde zij er totaal onverwachts aan toe: “Ik stel me voor dat ter gelegenheid van Pinksteren, kardinaal Suenens ooit zal voorgaan in de eucharistieviering in Sint Pieter te Rome, waar de pelgrims van de Charismatische Vernieuwing zullen worden verwelkomd.”

 

Deze “profetische” woorden, die zij later herhaalde, leken zo onwaarschijnlijk dat de Kardinaal ze menselijk gezien onmogelijk achtte. En toch, zoals later zou blijken, zouden ze werkelijkheid worden een plaats innemen in de geschiedenis van Gods onvoorzien wegen. Het onvergetelijke pinkstercongres van 1975 in Rome werd een keerpunt. Het was een initiatief van Veronica en haar bemiddeling, in nauwe samenwerking met Mgr. Benelli.

 

Om de katholieke Vernieuwing vrij te maken van ambiguïteit en haar te behoeden voor de steeds weer terugkomende verleiding om christenen te verzamelen in een “supra kerk van de heilige Geest”, los van hun eigen Kerken, onderhield Veronica vele open, duidelijke en vruchtbare contacten. Vanuit deze reflectie nodigde kardinaal Suenens een groep Amerikaanse leiders uit naar zijn residentie in Brussel, waar zij enkele jaren bleven.

 

Daar werd het ICCRO (International Charismatic Renewal Office) opgericht, en ook een Nieuwsbrief voor de Vernieuwing. Door toedoen van Veronica, werd het ICCRO overgebracht van Brussel naar Rome, waar het zijn zending verderzette.

Apostel tot het einde (1980–1998)

Laten we kardinaal Seunens zelf aan het woord: “Door haar leeftijd was het voor Veronica niet meer mogelijk het Evangelie tot aan de uiteinden van de aarde te verkondigen. Zo richtte zij verschillende initiatieven op en stimuleerde zij uiteenlopende projecten die toch hetzelfde doel nastreefden. Zij zei: liefhebben en dienen,

niet alleen met heel ons hart, maar ook met heel onze verbeelding. Vandaar de FIAT initiatieven. 

 

om het geestelijk leven — en dus het apostolisch leven — van christenen te verdiepen.”

 

Veronica bleef apostel  tot het einde van haar leven. Met grote pedagogie trachtte zij iedere medewerker tot een missionaris van de Blijde Boodschap te maken, altijd met groot respect voor ieders vrijheid. Zo werd zij de stichtster van het apostolische team rond kardinaal Seunens, de FIAT vereniging.

Met de FIAT rozenkrans — een bijzondere genade — komen we in een bovennatuurlijke werkelijkheid die niet afhangt van onze eigen initiatieven. De vruchten ervan zullen zich in de wereld ontwaard worden. Het gaat om een spirituele ervaring van Veronica in de nacht van 7 op 8 september 1984, het feest van de Geboorte van Maria, waarbij zij de FIAT-rozenkrans ontving.

 

De FIAT rozenkrans wordt ingeleid door een gebed tot de heilige Geest. De heilige Geest en Maria zijn er verenigd in één gebed, om ons te helpen getuigen van ons geloof en zo de genade van ons doopsel te beleven.


Veronica had een immens verlangen om naar het Huis van de Vader terug te keren. Op 8 september 1995 — feest van de Geboorte van Maria — ontving zij voor het eerst de ziekenzalving die haar, tot vreugde van velen, nieuwe kracht gaf.

 

Op 11 februari 1998, feest van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, ontving zij opnieuw de ziekenzalving. Zeer verzwakt en omringd door haar naasten, maakte zij op 19 februari 1998 de overgang van dit leven naar hèt Leven.

Tot slot volgt de boodschap van paus Johannes Paulus II bij het overlijden van Veronica: “De heilige Vader betuigt u zijn diepe deelneming.

 

“Hij sluit zich aan bij de dankbaarheid van allen voor haar dienstbaarheid aan de Kerk, het mariale apostolaat en de geestelijke uitstraling van deze bijzondere persoonlijkheid, die zoveel heeft betekend voor gelovigen in verschillende landen, en in het bijzonder in België.”